12 april 2017

LocalFocus Interactions: waar klikken mensen op?

Dat de meeste van onze graphics voorzien zijn van sliders, zoekschermen, tooltips en pop-ups, wist je waarschijnlijk wel. Maar maken mensen ook echt gebruik van al die interactiemogelijkheden? Daar waren wij eigenlijk wel nieuwsgierig naar - en onze gebruikers ook. Dus bouwden we een nieuwe functionaliteit in ons platform die het voor iedere gebruiker mogelijk maakt meer inzicht te krijgen in wat bezoekers precies doen met de interactieve datavisualisaties.

Onder het tabje Gebruiker kan iedereen zijn eigen statistieken bekijken.
Inmiddels hebben we 6,3 miljoen anonieme interacties (we gebruiken geen trackers) verzameld en durven we een aantal eerste voorzichtige conclusies te trekken. In de afgelopen maand deed ruim zeven procent van alle bezoekers ‘iets’ met de visualisatie die ze te zien kregen. Dat is op het eerste gezicht niet heel indrukwekkend, maar het gaat in sommige gevallen om visualisaties die niet of nauwelijks uitnodigen tot interactie: denk aan eenvoudige lijngrafieken of staafdiagrammen.

Een van de visualisaties die de afgelopen weken het meeste is bekeken is de kaart van de NOS met de verkiezingsuitslag per stembureau. Daar zien de cijfers er ineens heel anders uit: bijna 27 procent van alle bezoekers klikte op een of meerdere stembureaus om de uitslag te bekijken.

Hoe stemde jouw buurt?
€€€
Geld lijkt een belangrijke motivator om het publiek te laten spelen met de visualisaties. Een kaart over de kosten van een graf bij de Telegraaf zorgde voor veel interactie. Eén op de vijf bezoekers was benieuwd naar de exacte bedragen. Ook een visualisatie over hondenbelasting bij Eindhovens Dagblad werd door ruim één op de drie bezoekers gebruikt om de bedragen op te zoeken, waarbij één op de tien bezoekers via het zoekscherm een gemeente op de kaart vond.

Niet alle knoppen in de visualisatie over hondenbelasting worden evenveel gebruikt. De slider om te ‘schuiven’ tussen de verschillende jaren was voor slechts drie procent van de gebruikers interessant. Blijkbaar ontbreekt de urgentie om de bedragen ook voor eerdere jaren op te zoeken. De interactie met behulp van een dropdown ligt bij een analyse van het NRC naar het Twittergedrag van Geert Wilders dan weer stukken hoger. Tien procent van de bezoekers gebruikte die mogelijkheid om te switchen tussen de thema’s waar Wilders vaak over tweette. Ook de Lijsttracker van NU.nl waarin tijdens de verkiezingen werd bijgehouden hoe vaak een bepaalde lijsttrekker in beeld was, deed het erg goed, één op de vijf bezoekers gebruikte de dropdown.

Datagraven
Per visualisatie kan het dus sterk verschillen hoeveel er gebruik wordt gemaakt van de interactiemogelijkheid. Toch zien we dat bezoekers die gaan spelen met de visualisatie in de minderheid zijn. Is dat erg? Wij denken van niet.

Gregor Aisch, graphics editor bij de New York Times, zette in deze blogpost mooi uiteen wat het belang van interactie kan zijn. Het stelt de lezer in staat zich verder te verdiepen. En ook al zijn die ‘datagravende’ lezers in de minderheid, ze zijn er wel: ze zijn geïnteresseerd en op deze manier wordt ze de mogelijkheid geboden om ook echt meer te weten te komen. Bovendien dwingt het de journalist tot transparantie: lezers zien niet alleen een paar kleuren op een kaartje, ze zien ook de cijfers die de kleuren bepalen en kunnen dat checken.

Door deze statistieken te delen met onze gebruikers hopen we dat zowel zij als wij nog betere datavisualisaties gaan maken. Want als dropdowns niet of nauwelijks gebruikt worden, moeten ze misschien op een andere plek komen te staan of helemaal niet worden getoond tenzij het onderwerp van de data erom vraagt.

Hoe worden jouw visualisaties gebruikt? Wij zijn ontzettend benieuwd naar jouw inzichten. Laat ons weten op Twitter!