Nieuw in LocalFocus: de scatterplot

Een scatterplot is een enorm veelzijdige manier om data te visualiseren – hoewel het misschien niet de meeste bekende visualisatie is. Met de scatterplot, of puntenwolk, kun je namelijk de relatie tussen twee variabelen tonen: iets waar veel andere visualisatievormen een stuk meer moeite mee hebben. Een van de bekendere voorbeelden van de scatterplot zit in deze lezing van wijlen Hans Rosling, waarin hij de levensverwachting afzet tegen de welvaart.

Het is nu ook mogelijk om scatterplots met LocalFocus te maken. Het voorbeeld in bovenstaande video kan bijvoorbeeld ook gemakkelijk worden gemaakt in het dataplatform.

Voor het maken van een scatterplot heb je een tabel nodig met ten minste twee variabelen voor op de assen. In bovenstaand voorbeeld zijn dat de levensverwachting en het BBP per hoofd van de bevolking. De punten worden bepaald door andere dimensie, bijvoorbeeld de landen van de wereld. Mogelijkheden die je in ons platform bij andere visualisaties hebt, werken ook voor de scatterplot:

  • Er kunnen interactieve elementen aan de visualisatie worden toegevoegd. Een timeslider maakt het bijvoorbeeld mogelijk om de patronen door de tijd heen te bekijken.
  • Er kan extra nadruk worden gegeven aan belangrijke punten met behulp kleur en directe labels.

Tot slot is het ook mogelijk om een zogeheten connected scatterplot te maken. Hierbij werden we geïnspireerd door dit voorbeeld uit het boek The Functional Art van Alberto Cairo. De richting van de lijn laat zien hoe Brazilië zich tussen 1981 en 2010 heeft ontwikkeld. Wanneer de lijn zich bijvoorbeeld naar rechtsboven beweegt, laat dit zien dat de welvaart toeneemt, maar wel steeds ongelijker verdeeld is.

Lees meer over connected scatterplots in deze blog van Alberto Cairo of ga er zelf mee aan de slag in ons dataplatform om een productie zoals deze te maken:

Vragen of opmerkingen over de scatterplot? Mail naar jelle@localfocus.nl!

LocalFocus Interactions: waar klikken mensen op?

Dat de meeste van onze graphics voorzien zijn van sliders, zoekschermen, tooltips en pop-ups, wist je waarschijnlijk wel. Maar maken mensen ook echt gebruik van al die interactiemogelijkheden? Daar waren wij eigenlijk wel nieuwsgierig naar – en onze gebruikers ook. Dus bouwden we een nieuwe functionaliteit in ons platform die het voor iedere gebruiker mogelijk maakt meer inzicht te krijgen in wat bezoekers precies doen met de interactieve datavisualisaties.

Onder het tabje Gebruiker kan iedereen zijn eigen statistieken bekijken.

Inmiddels hebben we 6,3 miljoen anonieme interacties (we gebruiken geen trackers) verzameld en durven we een aantal eerste voorzichtige conclusies te trekken. In de afgelopen maand deed ruim zeven procent van alle bezoekers ‘iets’ met de visualisatie die ze te zien kregen. Dat is op het eerste gezicht niet heel indrukwekkend, maar het gaat in sommige gevallen om visualisaties die niet of nauwelijks uitnodigen tot interactie: denk aan eenvoudige lijngrafieken of staafdiagrammen.Een van de visualisaties die de afgelopen weken het meeste is bekeken is de kaart van de NOS met de verkiezingsuitslag per stembureau. Daar zien de cijfers er ineens heel anders uit: bijna 27 procent van alle bezoekers klikte op een of meerdere stembureaus om de uitslag te bekijken.

Hoe stemde jouw buurt?

€€€

Geld lijkt een belangrijke motivator om het publiek te laten spelen met de visualisaties. Een kaart over de kosten van een graf bij de Telegraaf zorgde voor veel interactie. Eén op de vijf bezoekers was benieuwd naar de exacte bedragen. Ook een visualisatie over hondenbelasting bij Eindhovens Dagblad werd door ruim één op de drie bezoekers gebruikt om de bedragen op te zoeken, waarbij één op de tien bezoekers via het zoekscherm een gemeente op de kaart vond.Niet alle knoppen in de visualisatie over hondenbelasting worden evenveel gebruikt. De slider om te ‘schuiven’ tussen de verschillende jaren was voor slechts drie procent van de gebruikers interessant. Blijkbaar ontbreekt de urgentie om de bedragen ook voor eerdere jaren op te zoeken. De interactie met behulp van een dropdown ligt bij een analyse van het NRC naar het Twittergedrag van Geert Wilders dan weer stukken hoger. Tien procent van de bezoekers gebruikte die mogelijkheid om te switchen tussen de thema’s waar Wilders vaak over tweette. Ook de Lijsttracker van NU.nl waarin tijdens de verkiezingen werd bijgehouden hoe vaak een bepaalde lijsttrekker in beeld was, deed het erg goed, één op de vijf bezoekers gebruikte de dropdown.

Datagraven

Per visualisatie kan het dus sterk verschillen hoeveel er gebruik wordt gemaakt van de interactiemogelijkheid. Toch zien we dat bezoekers die gaan spelen met de visualisatie in de minderheid zijn. Is dat erg? Wij denken van niet.Gregor Aisch, graphics editor bij de New York Times, zette in deze blogpost mooi uiteen wat het belang van interactie kan zijn. Het stelt de lezer in staat zich verder te verdiepen. En ook al zijn die ‘datagravende’ lezers in de minderheid, ze zijn er wel: ze zijn geïnteresseerd en op deze manier wordt ze de mogelijkheid geboden om ook echt meer te weten te komen. Bovendien dwingt het de journalist tot transparantie: lezers zien niet alleen een paar kleuren op een kaartje, ze zien ook de cijfers die de kleuren bepalen en kunnen dat checken.

Door deze statistieken te delen met onze gebruikers hopen we dat zowel zij als wij nog betere datavisualisaties gaan maken. Want als dropdowns niet of nauwelijks gebruikt worden, moeten ze misschien op een andere plek komen te staan of helemaal niet worden getoond tenzij het onderwerp van de data erom vraagt.

Hoe worden jouw visualisaties gebruikt? Wij zijn ontzettend benieuwd naar jouw inzichten. Laat ons weten op Twitter!

‘Interactieve visualisaties maken het ondernemersklimaat in Utrecht inzichtelijk’

De Economic Board Utrecht was een van de eerste klanten van LocalFocus buiten de journalistiek. Onlangs lanceerden ze een interactieve, custom-made nieuwskaart waarop bedrijven en experts te vinden zijn die kennis hebben van Healthy Urban Living. We spraken met Evelien Boshove, researcher bij EBU.

Wat is Economic Board Utrecht (EBU) precies?
“Wij zijn een semi-publieke overheidsorganisatie en worden gefinancierd door de provincie en gemeenten. Aan de hand van maatschappelijke uitdagingen proberen wij de economie aan te jagen. Hierbij laten we ons leiden door drie thema’s: groen, gezond en slim.”

En hoe doen jullie dat?
“EBU brengt partijen samen om deze thema’s aan te pakken met het doel de economie in de regio te versterken. Wij hebben hierin een coördinerende rol en brengen vaak kennisinstellingen, overheden en ondernemers samen.”

Healthy Urban Living kaart

Hoe kwam je op het idee om tools te maken voor bedrijven in plaats van gewoon data beschikbaar te stellen?
“Ik werk op de afdeling Research en wij hebben toegang tot het provinciaal arbeidsplaatsregister. Hierin staan bijvoorbeeld de werkgelegenheid- en werkloosheidscijfers. Daarnaast gebruiken we ook veel openbare data. Bijvoorbeeld van het CBS, RVO en onze eigen onderzoeken naar bijvoorbeeld award-winnende bedrijven of innovatieve start-ups.

Hoe verwerken jullie deze data precies?
“Een paar jaar geleden gebruikten we een ouderwets programma om deze data te ontsluiten, maar wij misten de interactiviteit. We kunnen wel grafieken en cijfers op de website zetten, maar het zijn enorme bestanden. Het gaat om banen en bedrijven in de hele provincie Utrecht.”

Ik kan me voorstellen dat dat inderdaad een behoorlijke bak aan data is.
“Wij zochten dus een effectieve manier om deze data te ontsluiten. Hierin liepen we voorop. Er waren maar weinig tools waarmee we interactieve grafieken kunnen maken, laat staan op onze website kunnen publiceren en delen met ons publiek. Toen kwamen we online een kaart van LocalFocus tegen, dat was precies wat we zochten!”

Wat is de ervaring van jullie gebruikers met jullie dienst?
“Kleinere gemeenten hebben niet allemaal een statistiekafdeling, maar willen wel weten hoe het ervoor staat met bijvoorbeeld werkgelegenheid. Wij voorzien hen in deze behoefte.”

Oh, ik dacht dat jullie er vooral voor de niet-overheidsinstellingen waren.
“Ook ja! Ondernemers zijn heel blij met de interactieve kaarten bijvoorbeeld. Het geeft het inzicht in bijvoorbeeld de verspreiding van start-ups. Dat niet alleen, we koppelen ook bedrijfsinformatie van deze start-ups aan de kaart. Zo krijg je een goed beeld van het ondernemersklimaat en de economie in de provincie. Deze cijfers worden maandelijks geüpdatet en die versturen we in onze nieuwsbrief.”

Die interactieve kaart die deze week gepubliceerd is, wat staat daar nu precies op?
“Dit is de Healthy Urban Living kaart. Op deze kaart zijn bedrijven te vinden die kennis hebben van dit onderwerp. Ook hebben we proeftuinen, producten en ruimtelijke projecten in beeld gebracht.”

Hoe zijn jullie op dit idee gekomen?
“We wilden alle initiatieven uit de provincie die aansluiten bij onze thema’s op de kaart zetten. Dit is een eerste verkenning om in kaart te brengen waar we het eigenlijk over hebben. Het geeft je per onderwerp inzicht in alle projecten die zijn opgezet of in ontwikkeling zijn. Het is de bedoeling dat er steeds meer initiatieven gelanceerd worden, dus dit is ook een oproep voor meer!”

De Healthy Urban Living kaart is onlangs in het bijzijn van partners als provincie Utrecht, stad Utrecht, Hogeschool Utrecht, Universiteit Utrecht en Utrecht Science Park gelanceerd.

‘Beeld en verhaal moeten een geheel vormen’

Datavisualisatie gaat niet alleen over data, maar ook over vormgeving. Leon Postma, vormgever bij De Correspondent, weet hier alles van. Het implementeren van de huisstijl van het digitale nieuwsmedium in LocalFocus was een precies werkje, met een mooi resultaat. Wij spraken Leon over zijn visie op vormgeving bij De Correspondent.

Hoe zijn jullie bij LocalFocus terechtgekomen?
‘Het begon op een conferentie over infographics. Daar raakten wij aan de praat met de jongens van LocalFocus en kwamen we tot de conclusie dat het handig is om een tool te hebben die data gemakkelijk inzichtelijk maakt én één stijl aanhoudt. Wij werken met zoveel verschillende mensen aan een verhaal, dat de stijl nog wel eens verandert. Wanneer je een tool hebt waarin de stijl vastligt, kun je niet anders dan binnen de gestelde stijl grafieken opmaken.’

Hoe is dat daarna gegaan?
‘Toen zijn we met LocalFocus gaan brainstormen over de mogelijkheden. Voor hen was het ook nieuw om de tool vanuit design te benaderen in plaats vanuit data. We zijn echt diep op het design ingegaan en ik denk dat we samen de tool sterker hebben weten te maken.’

Zoals de dag-nachtfunctie?

Dag- en nachtmodus bij De Correspondent

‘Die functie is er gekomen om het voor iedere lezer zo prettig mogelijk te maken om De Correspondent te lezen. Bij slecht licht of in het donker is het niet prettig om naar een volledig lichtgevend scherm te kijken. We wilden de lezer de mogelijkheid bieden om de kleuren om te draaien, zodat het minder belastend is voor de ogen. In het begin was deze optie er nog niet voor de grafieken. We zijn toen met de jongens van LocalFocus gaan zitten en dat werd een hele technische aangelegenheid. Na verschillende tests met kleuren en hoe je dit goed in ons platform integreert is het gelukt. Nu kun je ook in het donker grafieken aflezen.’

Hoe wordt vormgeving bij jullie gecombineerd met journalistiek? Op welke manier komen deze dingen samen?
‘Wij proberen zo gauw er een idee of verhaal is, dus in een zo vroeg mogelijk stadium, alle betrokkenen erbij te halen. Niet alleen op verhaaltechnisch vlak, maar ook met betrekking tot beeld. Zo kun je volgens ons het beste geheel neerzetten, één product maken.’

Gaat dat niet overal zo dan?
‘Ik ben freelancer geweest bij een landelijke krant en dan zie je dat het beeld vaak op de laatste plek staat. In de eerste plaats gaat het om de schrijver, dan het artikel en “dan nog iets van decoratie”. Bij De Correspondent zien we alle facetten van een verhaal als één geheel, we bieden een totaalervaring waarbij beeld en tekst elkaar versterken en niet het beeld in dienst staat van tekst.’

Wanneer voegt een visualisatie iets toe aan een artikel?
‘Ik zou niet zeggen “dat een beeld iets toevoegt”. Ik zie het meer als een geheel. We hebben een probleem als er een disbalans is tussen beeld en tekst, maar ook dat is weer afhankelijk van het soort tekst. Bij een column verwacht je meer tekst, terwijl je bij een fact-check harde bewijzen wilt. In dat geval kies je voor datavisualisatie.’

Kun je iets meer zeggen over de keus voor datavisualisatie?
‘Je merkt heel gauw dat wanneer je op wat drogere materie stuit, of een complex onderwerp, visuele houvast fijn is. Uitschrijven vraagt soms te veel verbeeldingskracht van de lezer en dat zijn de momenten om data te visualiseren. Visualisaties maken informatie begrijpelijk voor de lezer. Soms is het ook tegenovergesteld. Dan komen we er tijdens de visualisatie achter dat we echt te veel willen.’

Maak jij de datavisualisaties in dat geval?
‘Wij gebruiken de tool vooral om de journalisten de mogelijkheid te geven zelf grafieken en dergelijke te maken. Sommige schrijvers vroegen zoveel van de beeldredactie, dat wij ons niet meer konden focussen op grotere projecten. Met de mogelijkheden van LocalFocus zijn ze nu redelijk zelfvoorzienend. Dat geeft mij en mijn collega de tijd om te focussen op custom-werk, complexe infographics bijvoorbeeld. De beeldredactie en de tool versterken elkaar.’

Wil je zelf experimenteren met LocalFocus?

Meld je dan hier vrijblijvend aan voor LocalFocus Go

‘Onze redacteuren zoeken naar het menselijke verhaal achter de data’

Een regionaal verhaal dat ons altijd is bijgebleven is er één van BN DeStem. Op basis van cijfers van het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen die wij publiceerden, zochten zij de oudste Nederlander met rijbewijs op. Dit was de 104-jarige Aart Overtveld uit Steenbergen. Genoeg reden voor een gesprek met Hille van der Kaa, hoofdredacteur van dit regionale medium uit West-Brabant, over datajournalistiek en de toekomst.

Wij vinden het zo leuk dat jullie op basis van koude data een menselijk verhaal weten te maken. Vertel eens, hoe doen jullie dat?
‘We maken gebruik van de Nieuwsdienst van LocalFocus. De online redactie ontvangt bijna dagelijks nieuwe datasets. Deze worden geïnterpreteerd en vervolgens publiceren zij daarbij een verhaal. De focus ligt hierbij op regio West-Brabant, ook de grafieken of kaarten proberen we zo regionaal mogelijk weer te geven zodat mensen uit de regio gemakkelijk de gemeentelijke data kunnen vinden. De redacteuren kijken wel vaak verder dan de aangeleverde dataset, ze zoeken echt naar het menselijke verhaal erachter.’

Zoals het geval was bij de 104-jarige man met een rijbewijs.
‘Inderdaad. We kregen toen de data van LocalFocus binnen en zagen dat de oudste Nederlander met rijbewijs in onze regio woont. Die hebben we natuurlijk opgezocht en dat heeft een echt mensen-verhaal opgeleverd.’

En dat op basis van data. Halen jullie nog ergens anders data vandaan?
‘Jazeker, we gebruiken ook jaarverslagen en data van gemeenten, maar eerlijk gezegd staat de journalist vaker op straat dan in een dataset. Nieuws zoeken in een dataset is superhandig als je op zoek bent naar trends of verdieping, maar als je wilt weten wat er buiten aan de hand is, waar mensen over praten, waar ze bang voor zijn of wat dan ook, dan ga je de straat op. Een dataset komt dan weer goed van pas om uitzonderingsgevallen te vinden.’

Welke ontwikkelingen zie jij in de toekomst?
‘Gepersonaliseerd en location-based zijn wel trends, maar niet perse binnen de journalistiek. In de dagelijkse praktijk zie je op redacties weinig op data gebaseerde journalistiek. Je had de Panama Papers natuurlijk, maar op kleinere schaal voert data nog niet de boventoon. Ik zie wel toekomst in technologie die de journalist helpt bij de productie.’

Gratis workshop: GISsen voor journalisten

Een KML-file maken? Een kaartprojectie aanpassen? Coördinaten omzetten? What the…? Misschien heb je geen idee waarover dit gaat, maar het zijn zomaar enkele handige skills voor journalisten die kaarten willen maken met GIS-software (GIS staat voor Geografische Informatie Systeem).

Op donderdagavond 15 december organiseert LocalFocus daarom een gratis workshop “GISsen voor journalisten”. Tijdens deze workshop laten we zien hoe je geografische analyses maakt met QGIS en hoe je het maximale uit de LocalFocus Nieuwskaarten haalt.

De workshop duurt van 18 tot 20 uur en deelname is gratis. Locatie: Vondelpark 3 in Amsterdam.

Er is plek voor maximaal 20 deelnemers dus meld je snel aan door mail te sturen naar jelle@localfocus.nl. 

‘Het mooie van LocalFocus is dat het geschikt is voor zowel web als print’

Lex Aalders werkt als vormgever op de redactie van Reed Business in Doetinchem. Hij gebruikt LocalFocus dagelijks en maakt grafieken voor titels als BoerderijPig ProgressWorld Poultry en AllAboutFeed. Wij vroegen hem naar zijn ervaringen.

Wie maken er bij Reed Business nu precies gebruik van LocalFocus?
“We maken voor de agrarische titels al jaren dagelijks gebruik van LocalFocus. We krijgen van onze Markt-redactie te horen dat ‘die en die grafiek klaarstaat’. Die zoeken we dan op in LocalFocus, geven de grafiek de juiste instellingen mee en dan zijn we eigenlijk al klaar.”

En hoe frequent is dat gebruik dan?

Een voorbeeld van grafieken gemaakt met LocalFocus
in de printuitgave van Boerderij.
“Voor Boerderij.nl maken we iedere dag wel tien grafieken waarin we de laatste marktontwikkelingen delen met het publiek. Voor de dagelijkse krant, gebruiken we eigenlijk dezelfde grafieken met een ander sausje.” Voor het wekelijkse Boerderij magazine maken we zo’n 15 grafieken.”Hoe werkt dat precies?
“Het mooie van LocalFocus is dat de grafieken voor zowel online en offline gebruik geschikt zijn. De mannen van LocalFocus hebben ook onze eigen huisstijl geïmplementeerd. We kunnen nu gemakkelijk schakelen tussen standaardafmetingen, voor wanneer we een grafiek online of offline willen gebruiken en ook de CMYK-kleuren zijn ingesteld. Deze kunnen we met één klik aanpassen zodat de grafieken over de titels heen een uniforme uitstraling hebben.”

Hoe zit dat met de data?
“Wij maken eigenlijk geen gebruik van de LocalFocus Nieuwsdienst, maar des te meer van onze eigen database die gekoppeld is aan het platform.”

Goh, vertel daar eens iets meer over.
“We krijgen iedere dag updates van marktcijfers, die zitten in een database. Deze database is gekoppeld aan LocalFocus waardoor de cijfers op het platform automatisch worden bijgewerkt. Met één druk op de knop kunnen we de grafieken maken.”

Waarom gebruiken jullie hier LocalFocus voor? Dat kun je toch ook wel anders doen?
“Met name om de snelle switch tussen print en online te kunnen maken. We werken veel met content die in eerste instantie online gepubliceerd wordt, maar later ook meegaat in de printedities van de titels. Dankzij LocalFocus hoeven we die grafiek nu nog maar één keer te maken.”

Hoe deden jullie dat voorheen dan?

“Voor de internationale titels bijvoorbeeld, stuurden we datasets naar India. Dat duurde lang hoor, je zat uren en soms wel een dag te wachten tot een grafiek weer terug kwam. Die werd gemaakt aan de hand van een vormbeschrijving.”

En als het dan niet goed was?
“Ja, dan moest het weer terug. Alleen al een tikfout in de beschrijving kon uren extra tijd kosten.”

Dus tijdsbesparing is voor jullie het grootste voordeel van LocalFocus?
“Ja, maar ook dat het minder foutgevoelig is. De Excelbestanden gingen naar de vormgever, die ging ermee knippen en plakken en verwerkte de gegevens in een illustrator-programma. Dat duurde niet alleen veel langer, maar er werden toen ook veel meer fouten gemaakt omdat er handwerk bij komt kijken. Met de software van LocalFocus maak je van een dataset direct een grafiek.”

Wat zou je in de toekomst nog met LocalFocus willen doen?
“Ik zou nog wel wat meer met kaartjes willen doen. Dit doen we online al wel, maar in print nog niet echt. Een infographic met informatie over de uitbraak van ziektes bijvoorbeeld, dat lijkt me echt interessant.”

 

Wil je zelf experimenteren met de printexport van LocalFocus?

Meld je dan hier vrijblijvend aan voor LocalFocus Go

Beschikbare datumnotaties

Het platform herkent verschillende datumnotaties in datasets. In de datumnotaties kunnen de streepjes ( – ) overal worden ingewisseld door slashes ( / ), punten ( . ) of spaties.

  • Jaar, bijvoorbeeld 2014 of 14
  • Maand-jaar, bijvoorbeeld 4-2014, apr-2014 of april 14
  • Jaar-maand, bijvoorbeeld 2014-4, 2014-apr of 14 april
  • Dag-maand-jaar, bijvoorbeeld 20-4-2014 of 20 april 2014
  • Jaar-maand-dag, bijvoorbeeld 2014-4-20 of 2014 feb 20
  • Maand-Dag-Jaar, bijvoorbeeld 4-20-2014 of 4-20-14
  • Kwartalen, bijvoorbeeld 1e kwartaal 2012, kwartaal 1 2012, 2012 kwartaal 1, 2012 1e kwartaal, q1 2012 of 2012 q1
  • Weken, bijvoorbeeld wk 9 2014

Erik: “Een eigen kaartserver geeft vrijheid”

Erik Willems is als developer verantwoordelijk voor de ontwikkeling van het LocalFocus Dataplatform. De afgelopen weken was hij met name druk met een belangrijke update voor de Nieuwskaart. Hij legt waarom.

In eerste instantie maakte LocalFocus nog gebruik van Google Maps. Vrij snel werd de overstap gemaakt naar een eigen kaartserver op basis van Open Street Map (OSM). Waarom?
“Met Google Maps heb je veel minder controle over de kaarten. Doordat we alles nu in eigen beheer hebben, wordt er meer mogelijk. Zo kan bijvoorbeeld al het kaartmateriaal worden gedownload in vectorformaat wat erg handig is voor vormgevers (voorbeeld). Bovendien hebben we nu niks te maken met limieten die Google hanteert voor hun kaartservice. Met onze gebruikers overschreden we deze limieten al snel en onlangs zijn ze zelfs verlaagd.”
 
Wat waren de grootste uitdagingen bij het opzetten van een eigen kaartserver?

“Doordat LocalFocus niet de beschikking heeft over een groot serverpark moest er heel slim worden omgegaan met de middelen. De OSM-database is enorm en toch moeten alle kaarten snel geserveerd kunnen worden. Zeker omdat deze kaarten bekeken worden op de grootste nieuwssites van Nederland.”

Op welke functionaliteit van de Nieuwskaart ben je het meest trots?
“Ik vind zelf erg tof hoe we de tekenfuncties, waarmee eenvoudig punten, routes en gebieden op de kaart kunnen worden getekend, hebben gecombineerd met de mogelijkheid om data toe te voegen. Voor de beginner houden we het platform zo laagdrempelig terwijl ook een doorgewinterde datajournalist zijn creativiteit kan gebruiken.”
Wat vind jij zelf de meest geslaagde productie met de Nieuwskaart?
Productie door Lars Boogaard
“Ik ben zelf erg fan van wat Lars Boogaard van de NOS allemaal produceert. Hij weet echt nieuwe dimensies aan de kaarten toe te voegen. Ik bouw het raamwerk maar Lars doet soms dingen waar ikzelf nog niet eens aan had gedacht, zoals de productie over vermiste oorlogsvliegers of de kaart naar aanleiding van de aardbeving in Italië.”

Onlangs is de kaartserver grondig op de schop gegaan. Waarom was dit nodig?

“Het probleem met de eerste kaartserver was dat deze erg groot was. Een kleine aanpassing in de vormgeving doorvoeren nam hierdoor enorm veel tijd in beslag. We konden daardoor niet snel inspelen op de wensen van onze gebruikers. Met de update zijn we veel flexibeler geworden. De nieuwe kaartserver is snel genoeg om on-demand kaarttegels te genereren met custom kleuren, lettertypes etc. zoals de Map Styler laat zien.”
 
Wat is het doel van de Map Styler?
LocalFocus Map Styler
“Ik hoop dat het onze gebruikers aanzet om meer na te denken over de vormgeving van de kaarten. De Map Styler moet een indruk geven van wat er allemaal mogelijk is. Iedereen is Google Maps gewend terwijl er nog zoveel meer kan.”
Tot slot, wat ligt er nog in het verschiet voor de Nieuwskaarten?
“Ik wil een aantal themakaarten gaan maken voor het platform. Bijvoorbeeld een kaart met extra nadruk op de snelwegen die beter geschikt is om file-informatie weer te geven of een kaart met de focus op natuurgebieden om data over wilde dieren op te plotten. Ook heb ik nog wel wat ideeën om de user interface van het platform te verbeteren zodat het gebruik nog makkelijker wordt.”

Meer over regionale data en datajournalistiek?

Ontvang elke maand een nieuwsbrief over interessante regionale data en datajournalistiek:

Meld je hier aan